‘Je moet je best doen voor het evenwicht’

Nieuwe schilderijen van Carmen Milhous bij Kunstuitleen De Bevelanden

Het wordt de bezoeker niet zo gemakkelijk gemaakt het atelier van Carmen Milhous-Arendt te vinden en dat is misschien maar goed ook. Dan kan ze ongestoord werken aan een gestaag groeiende collectie nieuw polderlandschappen. De brug bij Wilhelminadorp is afgesloten, omrijden noodzakelijk. Vervolgens bevindt het huis zich niet aan de Krukweg zelf, maar juist om de hoek.

Het welkom is uiterst hartelijk. Carmen woont sinds 1972 in Zeeland. Is de provincie van belang voor haar werk? ‘Het kan eigenlijk overal zijn,’ antwoordt ze. ‘Maar ik neem déze polder natuurlijk als onderwerp, die ken ik. Het is mijn achtertuin. Ieder uur is het er anders! Niets ligt vast.’ De polder is nog steeds wijd – maar niet meer zo leeg. Waar eerst graan groeide is het Goese Meer aangelegd. Het land heeft ze zien veranderen, het wonen en werken is nog steeds fijn.

De nieuwe schilderijen van Carmen Milhous, die ze gaat exposeren bij Kunstuitleen De Bevelanden, zijn opvallend anders dan haar eerdere werk. Dat vroegere werk kun je typeren als kleurrijk, omlijnd, figuratief, dromerig misschien. Haar nieuwe werk noemt zij zelf wat persoonlijker. Er is een aanleiding, of eigenlijk zijn het er twee. In de eerste plaats zag ze in de Tate Gallery in Londen voor het eerst in het echt de grote late doeken van William Turner. Dat werk gaf haar een klap, het sprak enorm aan. ‘Door hem heb ik gezien dat je landschap anders kunt beleven. Vooral het ruwe eraan bevalt me erg.’ Toch noemt Carmen Milhous haar nieuwe werk geen switch ten opzichte van het eerdere, het is een ontwikkeling.

Het verwerken van het geziene had enige tijd nodig. De wandelingen in de polders rond het Goese Meer, richting Kattendijke en Wilhelminadorp deden de rest. Wekelijks loopt zij enkele keren met een vriendin door de polder, zes, zeven kilometer. ‘Ik bedacht tijdens zo’n wandeling hoe goed het zou zijn om te laten zien hoe je het landschap voelt, niet zoals je het ziet.’ Eerst volgden een aantal werken waarin de zon een rol speelt, zoals ook in sommige werken van William Turner. Daarna werd het werk abstracter, kwamen er series met rietkragen en andere elementen die de polders rijk zijn. ‘Het is heel afwisselend. Open gedeelten met altijd een zuchtje wind. Hoge bomen met schaduw, het wisselt steeds. Je beleeft hier veel, vooral bij storm! Het gaat me om de elementen.’

Waarin zit het ‘lyrische’ in haar werk? Ze noemt haar eigen stijl immers ‘lyrisch expressionisme’. Het expressionistische zie je er gemakkelijk aan af. ‘Het lyrische is voor mij alles waarvan je kunt genieten.’ Hoewel ze graag haar ideeën op papier zet, uit ze zich voornamelijk in haar schilderwerk. ‘Ik noem mijn werken geschilderde dagboeken, ben ook heel productief. Hoewel lyrisch over veel zaken blijf ik een schilder. Anders had ik wel een boek geschreven.’

Het werken is een emotionele zaak voor Carmen, het is vooral ook spontaan. Met de ervaring van vele jaren en met vakmanschap als basis. Ze begint niet zozeer te werken vanuit wat zij ziet of vanuit een idee, maar vanuit wat ze voelt, zegt Carmen met nadruk. Emotie is belangrijk, ook in haar manier van spreken. Bij tijd en wijle ondersteunen drukke gebaren haar woorden.

Haar man Johannes is ook beeldend kunstenaar, maar in een geheel andere stijl. ‘We bespreken elkaars werk en halen het beste uit elkaar’.  Johannes spreekt bedachtzaam een Zeeuws woordje mee in de woonkamer. Enkele van zijn surrealistische werken hangen hier, inderdaad een wereld van verschil. Ook in het atelier is te zien dat hij verfijnd werkt, daar liggen enkele iconen van zijn hand.

‘Kleur is erg belangrijk voor me,’ zegt Carmen Milhous later in het lichte atelier, een mooie zwarte schuur in de tuin, uitzicht op kronkelige fruitbomen, daarachter nog steeds de polder. Een kacheltje bewijst dat hier altijd wordt geschilderd, ook in de winter. Potten verf zijn netjes gerangschikt, bladen vol kleurproefjes laten zien dat er systematisch gewerkt wordt.

Er komen veel grote doeken tevoorschijn. ‘Ik wil eigenlijk nog groter werken, praktische bezwaren staan dat in de weg.’ In de serie polderlandschappen bestaat het beeld uit vegen, krassen, grote vlakken, weinig detail. Er zitten vele lagen acrylverf op, er wordt soms geschuurd om een aangenaam oppervlak te krijgen. Als je van dichtbij kijkt zie je ook lijnen in waskrijt, waarmee Carmen soms haar werk opzet. Schetsen of voorstudies maakt ze eigenlijk nooit, foto’s wel, maar die zijn niet meer dan een hulpmiddel. ‘Het schilderen zelf is eigenlijk schetsen. Tenminste, zo begint het, ik begin liefst meteen in verf, dat is zoeken naar de juiste vormen.’

Kost het schilderen energie? Nee, het geeft Carmen energie. ‘Ik krijg er veel voor terug. Het begin is energiek, gaat gemakkelijk. Daarna begint het, dan gaat het wat kosten. Uiteindelijk moet je je best doen om evenwicht te bereiken op het doek.’

Dan is het tijd om te gaan. Er wordt aangeklopt door vriendin Wil voor een wandeling in de polder. Tijd voor nieuwe indrukken.